Tijdecho cover

Beste lezers,

Eind september heeft mijn tweede boek Tijdecho het levenslicht gezien. Tijdecho is een verhalenbundel met als centraal thema “tijd”. De verhalen hebben een existentialistische inslag, waarbij de vraag ‘hoeveel invloed heb ik nu eigenlijk echt op mijn leven?’ regelmatig verrassend wordt beantwoord door de spelingen van het lot.

Tijdecho is te bestellen in de boekwinkel of direct bij mijn uitgever Palmslag:

https://palmslag.nl/welkom

Hieronder kunt u een paar fragmenten vinden van verhalen, zoals u die in Tijdecho zult kunnen lezen. Daarachter treft u één van de twaalf verhalen uit mijn verhalenbundel integraal aan: Zelfinzicht

Voordat u begint te lezen is het misschien interessant om het onderstaand interview te bekijken. Het werd op 23 september 2020 gehouden bij SKS Radio, een lokaal Almeers station. Aanleiding voor het interview was de publicatie van Tijdecho, maar gedurende het uur wordt ook aandacht besteed aan mijn debuutroman, De nacht van de blauwe eekhoorns, en mijn drijfveren in het algemeen. Hoewel het een radio-interview betrof, is een en ander ook op video vastgelegd. Het interview is helaas alleen via Facebook te bekijken. Niettemin hier de link (deze verschijnt wanneer u uw muis naar beneden beweegt):   

https://www.facebook.com/watch/?v=1319849165022015&extid=0C13CiVNgFL47XX1

Voor wie minder tijd heeft: onderstaand interview dat één dag eerder bij Omroep Flevoland werd gehouden duurt ongeveer 8 minuten. Niettemin komen ook in dit vraaggesprek de belangrijkste aspecten van Tijdecho aan de orde (link verschijnt bij bewegen muis):

https://www.youtube.com/watch?v=JTaX303hoMY

Medio oktober is er in Bazarow Magazine naar aanleiding van de publicatie van Tijdecho ook een uitgebreid interview met mij verschenen. Dit vraaggesprek kunt u via de link hieronder lezen:

https://magazine.bazarow.com/bazarow-magazine-34-2020/interview-leo-de-jong/

 

De Pesttoerist:
Het was ongelooflijk hoe herkenbaar Bamberg in het jaar 1349 was. Een verschil van zevenhonderd jaar, maar de ‘skyline’ was vrijwel hetzelfde. De dom met zijn vier markante torens stond er al. Aan de rand van de stad, zoals dat nu vrijwel nog steeds zo is. En op die ene heuvel stond ook al een kerk. Hoge flats waren er in de 21e eeuw sowieso nooit gebouwd, maar toch. Bij de stad aangekomen kwam ook het stratenplan bekend voor. Met houten huizen en modderige straten. Dat wel. Maar je kon er nog steeds prima de weg vinden. Alleen het beroemde stadhuis in het midden van de rivier was er nog niet.

Aangekomen in Haßfurt bleek de pest duidelijk in de stad aanwezig. Direct bij aankomst zag hij al hoe een pestslachtoffer werd afgevoerd. En ze hadden er wat moois van gemaakt: ratels die verrassend veel geluid maakten en indrukwekkende kostuums. Een lugubere processie van de dood, die zich langzaam en statig door modderige, stinkende straten voort ploegde. Precies zoals je je als modern mens de middeleeuwen voorstelt. Het was maar goed dat hij geen fototoestel bij zich had, want hij had zich misschien niet kunnen beheersen.

De volgende dag werd hij wakker van fel zonlicht. Hij lag op een kar, die ergens buiten de stad stond. Het stonk verschrikkelijk, want onder hem lag iemand die echt dood was. Maar het had gewerkt! Naast hem was een man ijverig een kuil aan het graven. De arme kerel schrok zich echt het lazarus toen hij Mies langzaam overeind zag komen.

Reïncarnatie:
De maandagmorgen ging ook voorbij zonder veranderingen. Maar even na enen was ze opeens bijgekomen. Job was bijna klaar met zijn eten in het ziekenhuisrestaurant, toen het gebeurde. Toen hij terug op haar kamer was, zag hij tot zijn grote vreugde zijn vriendin naar hem kijken, omgeven door verbaasd uitziende artsen. Die verbazing kwam niet door haar ontwaken. Er was iets anders. Het waren haar eerste woorden, die ze direct na haar bijkomen had gezegd.

Maar misschien was het ook wel gewoon de ontspanning van een lekkere, relaxte dag aan het strand. Met op de achtergrond het in die weken onvermijdelijke, maar zo bij het strand passende Biscaya van James Last. Met op de achtergrond van het nummer dat zomerse geluid van de branding. Zon, zee, en gewoon helemaal niets doen. En daarna lekker eten in een restaurantje aan zee.

Hoe kon dat in hemelsnaam?! Ze was nog nooit in Paderborn geweest. Maar ze kende de weg alsof ze hier al jaren stadsrondleidingen gaf!
‘Hoe doe je dat?’ vroeg Job haar verbijsterd.
‘Heel simpel,’ zei Iris: ‘Ik ben hier opgegroeid. Dat stadhuis is trouwens mooi geworden. Toen ik het voor het laatst gezien heb, waren ze het nog aan het bouwen.’
‘Aan het bouwen?’ stamelde Job: ‘Maar dat ding is honderden jaren oud!’

Andromeda:
Na één maand was de Galileo bij Mars. Pas bij Mars, want vergeleken met de afstand die ze nog moesten afleggen, was Mars zo ongeveer het huis van de buren als je onderweg bent naar de andere kant van de Atlantische Oceaan.

Ze hadden geen van allen een gezin. Of in ieder geval: geen vrouw en kinderen. De tijdsduur van de vlucht voor hen zelf was gepland op ongeveer twee jaar. Dat was gemeten naar de klok bij hen aan boord, die langzamer zou gaan lopen naarmate ze dichter bij de lichtsnelheid zouden komen. Op aarde zouden gedurende hun reis echter een paar decennia zijn verstreken. Dat zou betekenen dat – bij terugkomst van Gliese 581c op aarde – de kinderen van de vier Galileo-reizigers ouder zouden zijn dan hun vader! Zo’n offer mag geen enkele baas van zijn personeel verwachten.

Toen ook Joeri het verhaal had gehoord, zei hij maar één ding: ‘Jobtwajumat!’ Zijn Amerikaanse medereizigers wisten niet wat dat betekende. Maar het kwam er zo hartstochtelijk en vol overtuiging uit dat ze wel een vermoeden hadden.

 

Hieronder kunt u ook nog een integraal verhaal uit Tijdecho vinden: Zelfinzicht.

NB: Zelfinzicht is één van de kortste verhalen uit het boek. In andere (langere) verhalen is er meer sprake van karakterontwikkeling en langere dialogen, maar dit verhaal heeft wel een duidelijk existentialistische inslag, een belangrijk kenmerk van mijn werk.

 

Zelfinzicht

Over een effectief seminar

Maart 2071. Bij mijn bedrijf waren de beoordelingsgesprekken weer achter de rug. Zoals altijd zag mijn chef wel een paar verbeterpunten. Ik moest naar een seminar.

Mijn chef was over het algemeen tevreden over me. In ieder geval over mijn werk. Op het persoonlijke vlak zag hij nog wel diverse dingen die beter konden. Hij adviseerde mij om deel te nemen aan een seminar “zelfinzicht”. Nou ja, adviseren? Ik had eigenlijk niet zo veel te kiezen. Maar hij had veel goeds over dat seminar gehoord en hij ging zelf ook. Het zou twee dagen duren, inclusief één overnachting in het vijfsterrenhotel ter plaatse.

Zes maanden later waren we in het hotel voor het seminar. Naast de chef en ik namen er nog twee collega’s van mijn team deel: Julia en Koos. Ik had toevallig de kosten van die twee dagen gezien. Die waren torenhoog! Het bedrijf zou betalen, dus wat maakte het uit? Maar was zo’n duur uitstapje wel in orde voor een chronisch verlieslatende onderneming? En waarom moest twee dagen babbelen zo verschrikkelijk veel geld kosten? Het prijskaartje werd echter al snel duidelijk. Tijdens het inleidende uurtje op de eerste dag werd de werkwijze uit de doeken gedaan. En het seminar bleek duidelijk meer te behelzen dan alleen maar wat gepraat. Van alle deelnemers hadden ze klonen gemaakt! Vandaar die wachttijd van een half jaar. En dat vreemde verzoek om ook een paar haren op te sturen… De opzet was dat onze klonen dezelfde gedachten, karakters en emoties hebben. Maar dat ze onbevangen zijn. Oftewel: de beste spiegel die je je maar kunt voorstellen.

Direct na de inleiding werden we aan ze voorgesteld. Althans, aan twee van hen: aan die van Julia en die van Koos. De klonen leken als twee druppels water. Ze waren vrijwel even oud (hoe hadden ze dat in hemelsnaam zo snel geflikt!?) en droegen zelfs vergelijkbare kleding. Julia was die middag als eerste aan de beurt voor de confrontatie. En haar kloon maakte duidelijk dat ze altijd al lerares had willen worden. Wat de originele Julia alleen maar kon bevestigen. Aangevuld met de mededeling dat ze eigenlijk helemaal niet happy was met haar huidige baan als secretaresse. De kloon van Koos begon een ellenlange verhandeling te houden over hoe erg hij tijdens zijn schooltijd was gepest. Iets wat de echte Koos altijd verdrongen had en wat hem nu midscheeps raakte. Hij werd er heel emotioneel van. Fantastisch! Dat zag er veelbelovend uit. Ik verheugde mij op de dag van morgen.

Ik vroeg wat er na dit seminar met de klonen zou gebeuren. Waarop mijn chef antwoordde dat ze eigenlijk de perfecte vervanging op het werk zouden zijn: ‘Ze kunnen hetzelfde als jullie, maar stellen geen domme vragen…’ Maar de seminarleider stelde dat de klonen na het seminar vrij zouden zijn om te gaan en staan waar ze maar wilden.

Mijn chef en ik zouden morgen aan de beurt zijn. Dan zouden wij onze klonen voor het eerst zien. Maar ze waren al wel in het hotel en hadden kamers elders in het gebouw.

’s Avonds was er een diner in het hotel. We zaten met zijn zessen aan tafel. De seminarleider en zijn vier deelnemers. Julia’s kloon was ook bij het avondeten. Die van Koos niet. Hij had even genoeg van zichzelf. Terwijl we ons zaten af te vragen welke vis de leverancier was van de groene kaviaar die ons voorgerecht opleukte, stelde de seminarleider dat hij heel tevreden was over de eerste dag. En hoewel mijn chef zelf nog niet aan de beurt geweest was, sloot hij zich daar graag bij aan. Hij had vandaag dingen van zijn personeel gezien, die hij nog niet wist. En hij hoopte dat wij er ook wat van hadden geleerd.

We waren inmiddels overgeschakeld van witte naar rode wijn. De twee Julia’s zaten naast elkaar. Als een eeneiige tweeling: dezelfde lange, blonde haren. Dezelfde mooie borsten. Ik zat tegenover “Julia 1”. Ik vond haar leuk, maar zij had nooit iets van mij willen weten. Ik kon mijzelf niet bedwingen en vond dat ik het moest proberen. En terwijl ik in een pomme duchesse prikte, die lag te soppen in de jus van mijn saignante wagyu biefstuk, vroeg ik haar terloops: ‘Julia, zou ik vannacht met jouw kloontje mogen spelen?’ Haar antwoord liet aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Vraag het haar zelf, geile bok!’ Maar ook bij Julia 2 kreeg ik nul op het rekest: ze leken echt op elkaar…

Toen ik later die avond na het dessert aan mijn glas XO cognac zat te nippen, biechtte ik nog op dat ik eigenlijk wel bang was voor mijn kloon. Terwijl Koos en Julia mij begripvol aankeken, reageerde mijn chef – van achter zijn glas blue label vandaan, onderuit hangend in zijn fauteuil – enthousiast: ‘Goed zo! Daar leer je van.’

Die nacht kon ik maar niet in slaap vallen. Ik was laat genoeg naar bed gegaan om moe te zijn en ik had genoeg alcohol op voor een verdovende werking. Aan de kamer lag het ook niet; die was comfortabel en ook het bed was prima. Maar ik bleef maar liggen denken aan wat mij morgen te wachten zou kunnen staan. Zou mijn kloon uit de school klappen en iedereen vertellen hoe ik écht over mijn baas en diverse collega’s dacht? Of zou hij misschien iets gaan vertellen over mijn privéleven? Iets pijnlijks wat eigenlijk niemand iets aangaat? En wat zou dat dan allemaal kunnen zijn? Na veel woelen wist ik uiteindelijk tegen een uur of twee toch in slaap te vallen.

Ergens in de nacht werd ik wakker door herrie op de gang. Ik hoorde veel gebonk en mensen die dingen riepen. Geen idee wat er allemaal gebeurde. Was het ruzie? Een vechtpartij? Bekijk het allemaal maar, dacht ik slaapdronken. Morgen beloofde weer een drukke dag te worden en ik was net in slaap gevallen. Ik had de deur van mijn kamer op slot gedraaid, dus daar kon niemand in komen. Het werd echter al weer snel rustig op de gang en ik rook ook geen brandlucht, dus ik vond het allemaal wel prima zo. Wel veel lawaai voor zo’n duur hotel, dacht ik nog. Nou ja, daar kon ik eventueel morgen bij de receptie over klagen. Niet veel later viel ik weer in slaap.

De volgende dag waren mijn chef en mijn twee collega’s dood. Het moest zijn gebeurd terwijl ik in mijn kamer in bed lag. Maar andere hotelgasten zworen dat ze “mij” die nacht op de gang hadden gezien. Met een bebloed mes in de hand. Dat moest mijn kloon zijn geweest! Want ik sliep. Alleen. Dat was niet bepaald het beste alibi ter wereld.

Maar er waren diverse dingen die in mijn voordeel pleitten. Zo was er zowel bij mijzelf als in mijn kamer geen spoortje bloed of DNA van de slachtoffers te vinden. Dat kon van mijn kloon niet worden gezegd. Op zijn shirt zat het bloed van drie verschillende personen en het bij de moorden gebruikte mes lag gewoon onder zijn bed. Verder was de deur van mijn kamer aan de buitenkant geblokkeerd. Er stond een stoel tegenaan, waardoor ik er de hele nacht niet uit had gekund. Dat had waarschijnlijk ook mijn kloon gedaan. Het was overtuigend bewijs: ik had bijna een half uur van binnen tegen mijn deur staan schoppen, voordat ik van buitenaf werd bevrijd. Pas toen begreep ik wat al dat lawaai die nacht was geweest.

Door alle gebeurtenissen van die nacht kwam de tweede dag van het seminar logischerwijs te vervallen. En de enige keer dat ik die dag mijn kloon zag, was toen hij ’s ochtends geboeid werd afgevoerd door de politie. Hoewel hij mij geen blik waardig gunde, kon ik hem wel even goed zien. En ik vond dat hij lang niet zo goed leek als de klonen van Koos en Julia. Hij keek ook zo boos.

De rechtszaak die volgde duurde niet lang. De rechter was weliswaar van mening dat de kloon mijn achtergrond, gedachten, karakter en driften had, maar ik was het niet geweest. En je wordt per saldo afgerekend op je daden. Niet op je gedachten. Ik werd vrijgesproken. En mijn kloon, die de hele rechtszaak geen mond open deed, zodat het waarom volstrekt onduidelijk bleef, ging ook vrijuit. Justitie had nog nooit een geval als dit bij de kop gehad. En strikt genomen was mijn kloon pas een half jaar oud, zoals zijn advocaat spitsvondig concludeerde. En hoewel de organisatoren van het seminar juridisch gezien niets ten laste kon worden gelegd, had de rechter wel een hele duidelijke aanbeveling: stoppen met deze mensonterende cursus en het klonen voor dit soort onzinnige doelen!

Vrijspraak. Maar eigenlijk alleen in de juridische zin van het woord. Want zelf zou ik dit seminar nooit meer vergeten. Ik zou altijd aan mijzelf blijven twijfelen. En de vraag waartoe ik werkelijk in staat was, zou mij levenslang blijven achtervolgen…