Beste lezers,

Ik ben niet iemand die twittert of op een andere manier de wereld continu laat weten wat hij aan het doen is. Niettemin wil ik hier kort iets zeggen over waar ik momenteel mee bezig ben en wat u in de toekomst van mijn hand kunt verwachten.

Op dit moment werk ik aan een reeks (korte) verhalen met als centraal thema tijd. Dit thema benader ik soms simpel door een verhaal in de toekomst of het verleden te situeren. In andere gevallen wordt de setting van de vierde dimensie bepaald door bijvoorbeeld herinneringen, dromen of andere mechanismen. Mijn streven is dat deze verhalenbundel in de tweede helft van 2019 kan worden gepubliceerd.

Ik ben verder aan het nadenken over een vervolg op De Nacht van de Blauwe Eekhoorns. Maar dat is meer een lange-termijn project. In de tussentijd kunt u hieronder een paar fragmenten vinden van verhalen, zoals u die naar verwachting in mijn ‘tijdbundel’ zult kunnen lezen.

Vriendelijke groet en dank voor de belangstelling,

Leo.

De Pesttoerist:
Het was ongelooflijk hoe herkenbaar Bamberg in het jaar 1349 was. Een verschil van zevenhonderd jaar, maar de ‘skyline’ was vrijwel hetzelfde. De dom met zijn vier markante torens stond er al. Aan de rand van de stad, zoals dat nu vrijwel nog steeds zo is. En op die ene heuvel stond ook al een kerk. Hoge flats waren er in de 21e eeuw sowieso nooit gebouwd, maar toch. Bij de stad aangekomen kwam ook het stratenplan bekend voor. Met houten huizen en modderige straten. Dat wel. Maar je kon er nog steeds prima de weg vinden. Alleen het beroemde stadhuis in het midden van de rivier was er nog niet.

Aangekomen in Haßfurt bleek de pest duidelijk in de stad aanwezig. Direct bij aankomst zag hij al hoe een pestslachtoffer werd afgevoerd. En ze hadden er wat moois van gemaakt: ratels die verrassend veel geluid maakten en indrukwekkende kostuums. Een lugubere processie van de dood, die zich langzaam en statig door modderige, stinkende straten voort ploegde. Precies zoals je je als modern mens de middeleeuwen voorstelt. Het was maar goed dat hij geen fototoestel bij zich had, want hij had zich misschien niet kunnen beheersen.

De volgende dag werd hij wakker van fel zonlicht. Hij lag op een kar, die ergens buiten de stad stond. Het stonk verschrikkelijk, want onder hem lag iemand die echt dood was. Maar het had gewerkt! Naast hem was een man ijverig een kuil aan het graven. De arme kerel schrok zich echt het lazarus toen hij Mies langzaam overeind zag komen.

Reïncarnatie:
De maandagmorgen ging ook voorbij zonder veranderingen. Maar even na enen was ze opeens bijgekomen. Job was bijna klaar met zijn eten in het ziekenhuisrestaurant, toen het gebeurde. Toen hij terug op haar kamer was, zag hij tot zijn grote vreugde zijn vriendin naar hem kijken, omgeven door verbaasd uitziende artsen. Die verbazing kwam niet door haar ontwaken. Er was iets anders. Het waren haar eerste woorden, die ze direct na haar bijkomen had gezegd.

Maar misschien was het ook wel gewoon de ontspanning van een lekkere, relaxte dag aan het strand. Met op de achtergrond het in die weken onvermijdelijke, maar zo bij het strand passende Biscaya van James Last. Met op de achtergrond van het nummer dat zomerse geluid van de branding. Zon, zee, en gewoon helemaal niets doen. En daarna lekker eten in een restaurantje aan zee.

Hoe kon dat in hemelsnaam?! Ze was nog nooit in Paderborn geweest. Maar ze kende de weg alsof ze hier al jaren stadsrondleidingen gaf!
‘Hoe doe je dat?’ vroeg Job haar verbijsterd.
‘Heel simpel,’ zei Iris: ‘Ik ben hier opgegroeid. Dat stadhuis is trouwens mooi geworden. Toen ik het voor het laatst gezien heb, waren ze het nog aan het bouwen.’
‘Aan het bouwen?’ stamelde Job: ‘Maar dat ding is honderden jaren oud!’

Andromeda:
Na één maand was de Galileo bij Mars. Pas bij Mars, want vergeleken met de afstand die ze nog moesten afleggen, was Mars zo ongeveer het huis van de buren als je onderweg bent naar de andere kant van de Atlantische Oceaan.

Ze hadden geen van allen een gezin. Of in ieder geval: geen vrouw en kinderen. De tijdsduur van de vlucht voor hen zelf was gepland op ongeveer twee jaar. Dat was gemeten naar de klok bij hen aan boord, die langzamer zou gaan lopen naarmate ze dichter bij de lichtsnelheid zouden komen. Op aarde zouden gedurende hun reis echter een paar decennia zijn verstreken. Dat zou betekenen dat – bij terugkomst van Gliese 581c op aarde – de kinderen van de vier Galileo-reizigers ouder zouden zijn dan hun vader! Zo’n offer mag geen enkele baas van zijn personeel verwachten.

Toen ook Joeri het verhaal had gehoord, zei hij maar één ding: ‘Jobtwajumat!’ Zijn Amerikaanse medereizigers wisten niet wat dat betekende. Maar het kwam er zo hartstochtelijk en vol overtuiging uit dat ze wel een vermoeden hadden.